Zwem4daagse

KNZB

Alternative content

Get Adobe Flash player

Geschiedenis

 
De Nationale Zwem4daagse werd voor het eerst georganiseerd in 1970. Het was een initiatief van de voormalige waterpolo-international Ruud van Feggelen, die toen bedrijfsleider was van het Borgelerbad in Deventer. In de beginjaren was de Nationale Zwem4daagse uniek op het vlak van sportieve evenementen, het totaalaanbod van sporten voor, voornamelijk, jongeren was toen nog niet zo groot. Hoewel de organisatoren er ook toen al ongelofelijk veel werk van maakten, was er vergeleken met nu dan ook lang niet zoveel voor nodig om mensen enthousiast te maken. Misschien zou er gezegd kunnen worden dat het evenement, bijvoorbeeld georganiseerd zo tegen het einde van de schoolvakantie, de deelnemende jeugd (maar ook de ouders…) veelal heel goed uit kwam….
 
Spreiding
De schoolvakanties hadden in die tijd nog niet met spreiding over het land te maken. Dat maakte het ook voor de centrale organisatie van de KNZB makkelijker. Immers, bij de eerste voorzichtige pogingen die werden ondernomen om ook landelijk aan de weg te timmeren, bleek dat door het feit dat de schoolvakanties op een gelijk, vastgesteld tijdstip plaatsvonden, er eenvoudigweg publiciteit te krijgen was, zeker omdat het evenement in heel het land in een van tevoren vastgestelde week plaatsvond. En aangezien de Nationale Zwem4daagse vele honderdduizenden deelnemers trok, was de aandacht van de regionale en plaatselijke media vrijwel altijd gegarandeerd. Ook hadden de organisatoren in die tijd lang zoveel niet te maken met het verspreid over de dag werken. Ploegendiensten, verruiming van openingstijden van winkels en dergelijke waren nog ingeburgerd, wat de planning van tijden waarop de Nationale Zwem4daagse gezwommen konden worden, simpeler maakte.
 
Bondgenoten
Bovendien hadden veel organisatoren in de vakleerkrachten Lichamelijke Oefeningen op de basisscholen (toen nog lagere scholen genoemd) ware bondgenoten in het stimuleren van kinderen om aan het evenement mee te doen. Heel veel gymleraren namen de Nationale Zwem4daagse op in hun rooster, met als gevolg dat in heel wat plaatsen tientallen klassen tijdens hun gymuurtjes naar het zwembad gingen om aan de Nationale Zwem4daagse mee te doen. Met het verdwijnen van de leraren Lichamelijke Oefening op de basisscholen, werden heel wat partners in het activeren van de jongste jeugd om mee te doen, node gemist.
 
Parachutisten
Maar was het in het begin allemaal zo simpel? Nou nee! Organisatoren die van hun Nationale Zwem4daagse echt een groot feest wilde maken, waren vaak maanden bezig met de voorbereidingen. De Zwem4daagse was niet alleen een sportief evenement, ook werden de meeste leuke randactiviteiten georganiseerd. Zo stond op het terrein van het Borgelerbad van initiatiefnemer Ruud van Feggelen een complete kermis, als randvermaak voor de vele duizenden(!) bezoekers aan zijn evenement. En als er dan ook nog eens aangekondigd werd dat – naast een demonstratie van de reddingsbrigade – er op de slotavond drie parachutisten in het zwembad zouden landen dan werd dat breed uitgemeten in de plaatselijke kranten en zaten de tribunes om zijn zwembad bomvol met kijkers naar al dat spectaculair.
 
Ook kopte in die tijd een Groningse krant dat er tijdens de Nationale Zwem4daagse meer toeschouwers aanwezig waren dan dat er mensen zaten op de tribunes tijdens een wedstrijd van FC Groningen. In veruit de meeste gevallen bleek, dat het organiseren van een aantal randactiviteiten rondom het zwemevenement, een garantie was voor hoge toeschouwers! En daardoor bleek dat het meestal niet al te moeilijk was de plaatselijke pers te interesseren voor zo’n met randactiviteiten versierd sportevenement.
 
Vernieuwde maatschappij
Maar tijden veranderen. Met de toenemende welvaart, een andere kijk op het geven van onderwijs en met de maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van onder meer arbeidstijden, ontstond een andere, vernieuwde maatschappij. Of iedereen in alle gevallen deze ontwikkelingen met gejuich begroet heeft, valt te betwijfelen. Maar we hadden – en hebben- er wel mee te maken. Zo steeg, met het toenemende bestedingspatroon en de beschikbaarheid van meer vrijetijd, het aanbod van activiteiten en evenementen spectaculaire. Begrippen als marktgericht denken, het opbouwen van een relatie met het publiek en het traceren van doelgroepen werden algemeen ingeburgerde begrippen. Klanten werden ineens markt genoemd. “En”, zei men, “het zou best zo kunnen zijn dat er een heel gedeelte van het segment van de markt tot dan toe niet bereikt werd”. Er was dan wel het risico dat anderen daarop in zouden springen, waardoor zij dat segment van de markt voor zich konden winnen!
 
Ook de media werden in de loop van de jaren overspoeld met aankondigingen van activiteiten waarbij het ene nog spectaculaire oogde dan het andere. Daardoor kwam de jarenlange, logische publicaties van de Zwem4daagse soms in het gedrang. Los van de ontwikkelingen van al die nieuwe evenementen, verruimde zich ook het sportaanbod spectaculaire. Niet langer was het logisch dat jongeren een keus moesten maken tussen bijvoorbeeld voetballen, zwemmen of gymnastiek. Steeds meer deden velen aan meerdere (nieuwe) takken van sport. Denk maar eens aan de ontwikkelingen van het tennissen. Deze, in het verleden toch als enigszins elitair bekent staande sport, bleek in de loop der jaren door vrijwel iedereen beoefend te worden. Nieuwe sporten als surfen en mountainbiken werden geïntroduceerd. Ook vonden velen het niet langer logisch dat je in weer en wind je sport buiten beoefende. Zaalsporten als basketbal en volleybal trokken steeds meer beoefenaars, mede omdat men bij het beoefenen van deze sporten niet afhankelijk is van het weer.
 
Nog een belangrijke ontwikkeling was dat de individualisering in de loop der jaren toesloeg. Niet langer werd het samen sporten in georganiseerd verband gezien als het meest wenselijk. Trimmers en joggers trokken er alleen of in kleine groepjes op uit. Ze hoefden, door op deze wijze te sporten, met niets en niemand rekening te houden.
 
Zwemparadijzen
Al deze factoren – en nog veel meer! – hadden grote invloed op ‘zwemmen Nederland’. En dus ook op de organisatie van een evenement als de Nationale Zwem4daagse. Vanwege de wens van het publiek om niet langer afhankelijk te zijn van weersomstandigheden, werden de meeste buitenbaden geslote en werd het ne na het andere overdekte zwembad uit de grond gestampt. Toen ook nog een Sporthuis Centrum (nu Center Parcs), inspelend op wensen vanuit het publiek, in ons land zwemparadijzen introduceerde (compleet met reuze-glijbanen, golfslagbaden en wildwaterbanen, alles verpakt in een tropische sfeer), was de beer echt los. Vrijwel iedere gemeente meende te moeten inspelen op de succesformule van deze vrijetijdsarken. En in veel gevallen bleek het (tijdelijk) te werken. Het invullen van de zwemuren van deze accommodaties was meestal geen enkel probleem. Het publiek vermaakte zich kostelijk met zoveel nieuws. Activiteiten als de Nationale Zwem4daagse namen niet langer meer de prominente plaats in die ze voorheen hadden.
 
Verschillende wensen
Langzamerhand werd het anders denken over doelgroepen en het marktgericht handelen overgenomen door de zwemwereld. Maar wie zich echt verdiepte in de samenstelling van de diverse doelgroepen, zag dat er een aantal groepen waren die – door de ontwikkeling van het pretparkzwemmen – de boot min of meer hadden gemist. Dar waren onder andere de leden van de vele honderden zwemverenigingen en miljoenen ouderen. Voor hen was in heel wat zwembaden niet echt plaats meer om te kunnen zwemmen op de wijze zoals zij gewend waren. Toen dan ook het nieuwe van al die zwemparadijzen er een beetje af was werd steeds meer duidelijk dat alleen een aantrekkelijke, speelse accommodatie niet genoeg was. Dat alleen was bepaald niet de wens van het grote publiek.
 
En de Nationale Zwem4daagse?
Als eerst grote landelijke activiteiten, werd de Nationale Zwem4daagse gekoppeld aan een charitatieve organisatie. Het Kinderfonds van de Verenigde Naties, Unicef, werd als partner bij evenementen betrokken en het sponsorzwemmen werd geïntroduceerd. Bekende Nederlanders, zoals Herman van Veen, bleken nu hun medewerking te willen verlenen en ook de media had weer aandacht voor het evenement.
 
Dit soort samenwerkingsverbanden had ook tot gevolg dat voor de plaatselijke organisatoren heel veel extra publiciteitsmateriaal ter beschikking kwam. Als gevolg van deze en andere initiatieven werd de vrije val waarin het evenement zich bevond, gestuit. Na Unicef volgde een samenwerkingsverband met het Ronald McDonald Kinderfonds, wat ook succesvol is gebleken. Inmiddels is er al heel wat geld bijeen gezwommen voor de bouw en inrichting van de Ronald McDonald huizen.
 
Na een samenwerking van 18 jaar met het Ronald McDonald Kinderfonds is de samenwerking met Unicef weer gevonden inzake het sponsorzwemmen. Hopelijk kunnen wij met zijn alle ook dit goede doel met veel geld ondersteunen.